Datum laatste herziening: 05-01-07
IA. LAM-12 trial (EORTC-LCG/GIMEMA 06991)
IB. HOVON-42 (ook voor RAEB(-t) met IPSS ≥ 1.5)
IIA. LAM-17 protocol (EORTC-LCG/GIMEMA 06012)
IIB. HOVON-43 (ook voor RAEB(-t)) voor patiënten die ouder zijn dan 60 jaar
IIC. LAM-19 (EORTC/GIMEMA studie 06031)
III. AML M3 (zie GIMEMA GUIDELINES for the treatment of Acute Promyelocytic Leukemia)
V. (Vroeg) recidief AML na allogene stamceltransplantatie
VI. AML primair refractair met of zonder HLA-identieke donor (< 61 jaar)
Nieuwe WHO-classificatie acute myeloïde leukemie (≥ 20% blasten in bloed/BM)
| WHO (% binnen AML) | FAB | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Acute Myeloïde Leukemie met karakteristieke cytogenetische afwijkingen | ||
| Acute Myeloïde Leukemie met t(8;21)(q22;q22);(AML1/ETO) (12%) | M2 | indien < 20% blasten toch AML vaak eosinofilie bloed/BM; frequent Auerstaven gunstige prognose |
| Acute Myeloïde Leukemie met inv(16)(p13q22) of t(16;16)(p13;q22); (CBFβ/MYH11) AMMLE0 (10%) | M4E | indien < 20% blasten toch AML abnormale eo’s in beenmerggunstige prognose |
| Acute Promyelocyten Leukemie [AML met t(15;17)(q22;q12);(PML/RARα) en varianten] (5-8%) | M3/M3V | hypergranulaire en micro(hypo)granulaire vorm; takkenbossen (faggot cells) |
| Acute Myeloïde Leukemie met 11q23 (MLL) afwijkingen (5 - 6%) | M4/M5 | relatie met topoisomerase II remmers therapiemonoblasten perox negatief |
Acute Myeloïde Leukemie met multilineaire dysplasie
| dysplasie in ≥ 50% van de cellen van ≥ 2 cellijnen vaak MDR-1 expressie | |
| Acute Myeloïde Leukemie en Myelodysplastische syndromen, therapie gerelateerd | ||
| 5 - 6 jaar na expositie N.B. -5; -7 | |
| M4/M5 | 2 - 3 jaar na expositie N.B. MLL-gen; ook ALL |
| WHO (% binnen AML) | FAB | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Acute Myeloïde Leukemie niet in te delen in bovengenoemde categorieën | N.B.: geen voorafgaande therapie | |
| Acute Myeloïde Leukemie met minimale differentiatie (5%) | M0 | < 3% perox positief; diagnose o.b.v. immunofenotypering (myeloïd pos.; lymfatisch neg.) |
| Acute Myeloïde Leukemie zonder maturatie (10%) | M1 | > 90% blasten op niet erythroïde cellen > 3% perox positief |
| Acute Myeloïde Leukemie met maturatie (30-45%) | M2 | BM: > 10% maturatie; < 20% monocyten; dysplasie in granulopoiese kan; frequent eosinofilie |
| Acute MyeloMonocyten Leukemie (AMML) (15-25%) | M4 | bloed: ≥ 5 x 109/l monocyten; BM: ≥ 20% monocytoïden vaker bij leeftijd > 50 jaar |
| Acute Monoblasten Leukemie (5-8%) en Acute Monocyten Leukemie (3-6%) | M5aM5b | ≥ 80% monoblasten van de monocytoïden (ze zijn perox negatief) vaak jonge leeftijd; erythrofagocytose geass. met t(8;16) meerderheid van de monocytaire cellen zijn promonocyten leeftijd mediaan 49 jaar |
Acute Erythroïde Leukemie
| M6aM6b | BM: ≥ 50% erythropoiese; ≥ 20% myeloblasten op niet erythroid dyserytropoiese; blasten perox positief BM ≥80% erythropoiese; blasten perox negatief |
| Acute Megakaryoblasten Leukemie (3-5%) | M7 | vaak cytopenie; vaak dry tap ≥ 50% van de blasten zijn van de megakaryo-lijn (perox. negatief) CD41/61 specifieke megakaryo marker |
| Acute Basofiele Leukemie (< 1%) | blasten perox negatief D.D. basofiele blastencrise CML | |
| Acute Panmyelose met Myelofibrose | dry tap; pancytopenie | |
| Myeloïd Sarcoma | extramedullair of in beenmerg de novo of met AML | |
| Acute Leukemie van onduidelijke afkomst | kenmerken die myeloïd of lymfatisch definiëren ontbreken of beide (myeloïd en lymfatisch of B en T) zijn aanwezig | |
| Ongedifferentieerde Acute Leukemie | lijnspecifieke merkers ontbreken | |
| Bilineaire Acute Leukemie | dubbele populatie: myeloïd en lymfatisch, of B en T | |
| Bifenotypische Acute Leukemie | co-expressie van myeloïde en B of T lymfatische antigenen, of van B en T antigenen |
| I | AML Primair | Onbehandeld < 61 jaar | LAM-12 (06991) alleen voor AML met > 30% blasten in BM
HOVON-42 (ook voor RAEB(-t) met IPSS ≥ 1.5)
|
| II | AML Primair | Onbehandeld > 60 jaar | LAM-17 (06211) Gemtuzumab ozogamicin + (M)ICE vs (M)ICE of HOVON-43 ook voor RAEB(-t)
LAM-19 (06031) Gemtuzumab ozogamicin vs supportive care |
| III | AML-M3 | Onbehandeld < 61 jaar | AIDA-2000 (Guidelines) Idarubicine + ATRA, 3 consolidatie-kuren, gevolgd door onderhouds-behandeling |
| IV | AML Secundair | Onbehandeld < 61 jaar | Volgens standaard arm AML-12 of HOVON 42 |
| V | AML primair refractair | < 61 jaar | HOVON-66 (ARGO) |
| VI | AML recidief (evt. na alloSCT) | < 61 jaar | LUMC 97-03/97-01/98-01 Remissie inductie/alloSCT/DLI of CTLs |
| VII | AML | palliatief | hydroxyureum/6-mercaptopurine |
Classificatie: (EORTC-LCG/GIMEMA)
AML, low risk: t(8;21), inv16, t(15;17).
AML, high risk: abn. 3, 5, 7, trisomie 8, t(9;22), t(6;9), 11q, complex en/of CR na > 1 remissiekuur
AML, intermediate risk: alle andere patiënten
(N.B.: > 30% blasten in beenmerg)
Remissie-inductie behandeling: 1e randomisatie
| Daunorubicine | 50 mg/m2 i.v. | dag 1, 3, 5 |
| Etoposide | 50 mg/m2 i.v. in 1 uur | dag 1 t/m 5 |
| Cytarabine of Hoog cytarabine* | 100 mg/m2 i.v. continu infuus 3 g/m2 elke 12 uur als 3 uurs infuus | dag 1 t/m 10 dag 1, 3, 5, 7 (8 doses) |
| * op dagen met hoog cytarabine: prednison 60 mg geven | ||
Bij het bereiken van een partiële remissie (PR) wordt de remissie-inductie kuur herhaald.
Na het bereiken van een complete remissie (CR) volgt:
Consolidatie behandeling
| Daunorubicine | 50 mg /m2 i.v. | dag 4, 5, 6 |
| Cytarabine | 500 mg/m2 elke 12 uur als 2 uurs infuus | dag 1 t/m 6 (12 doses) |
Indien géén HLA-identieke donor: G-CSF vanaf dag 20
Stamceltransplantatie
Ofwel allogene SCT:
Ofwel autologe SCT:
LET OP: regelmatige beenmerg MRD-controle noodzakelijk (zie protocol)
Zie HOVON-42 op de HOVON-site.
Remissie inductie
NB alle patiënten worden gerandomiseerd voor wel of niet G-CSF 5 µgr/kg op dag 0 - 7 en voor speciale chemotherapie in cyclus I en II
Cyclus I:
| Idarubicine | 12 mg/m2 i.v. in 3 uur | dag 5, 6, 7 |
| Cytarabine | 200 mg/m2 cont. inf | dag 1 t/m 7 |
| of | ||
| Idarubicine | 12 mg/m2 i.v. in 3 uur | dag 5, 6, 7 |
| Cytarabine | 1000 mg/m2 i.v. in 3 u elke 12 u | dag 1 t/m 5 |
Poor risk patiënten in CR kunnen direct voor een allo-SCT in aanmerking komen.
Cyclus II:
| m-Amsa | 120 mg/m2 i.v. in 1 uur | dag 3, 5, 7 |
| Cytarabine | 1000 mg/m2 i.v. in 3 u elke 12 u | dag 1 - 6 |
| of m-Amsa | 120 mg/m2 i.v. in 1 uur | dag 3, 5, 7 |
| Cytarabine | 2000 mg/m2 i.v. in 3 u elke 12 u | dag 1, 2, 4, 6 |
Patiënten in PR met een donor kunnen direct voor een allo-SCT in aanmerking komen
Patiënten zonder CR of PR: off study
Alle patiënten in CR (behalve Good Risk) met een donor komen in aanmerking voor een allo-SCT
De overige patiënten gaan door met stamcelmobilisatie en -oogst en worden gerandomiseerd tussen:
Cyclus III:
| Mitoxantrone | 10 mg/m2 i.v. in 30 minuten | dag 1 t/m 5 |
| Etoposide | 100 mg/m2 i.v. in 1 u | dag 1 t/m 5 |
| of Bu/Cy en autoSCT |
Gerandomiseerde fase III studie waarin de waarde van gemtuzumab ozogamicin (GO) in de inductiebehandeling bij fitte, oudere patiënten met AML (61 t/m 75 jaar) wordt geëvalueerd.
LET OP! Nieuwe WHO-definitie van AML (> 20% blasten) is in dit protocol van toepassing
LET OP! Patiënten met aantal leukocyten ≥ 30 x 109/l: verplichte voorbehandeling met hydroxyureum (max 14 dagen) tot leukocyten < 30 x 109/l
Arm A
| GO | 2 uurs (i.v.) infusie | 6 mg/m2 op dag 1 |
| GO | 2 uurs (i.v.) infusie | 6 mg/m2 op dag 15 |
Bloed en beenmerg evaluatie 14 dagen na elke infusie en 28 dagen na de laatste dosis GO.
Binnen 7 - 10 dagen na response evaluatie: starten met MICE inductie chemotherapie onafhankelijk van de respons op GO.
MICE-inductie-behandeling
| Mitoxantrone | 7 mg/m2 i.v. in 30 min | dag 1, 3, 5 |
| Cytarabine | 100 mg/m2 i.v. continu | dag 1 t/m 7 |
| Etoposide | 100 mg/m2 i.v. in 1 uur | dag 1, 2, 3 |
Bloed en beenmerg evaluatie op dag 29 na de start van MICE
GO + mini ICE consolidatie-behandeling
| GO | 3 mg/m2 i.v. in 2 uur | dag 1 |
| Idarubicine | 8 mg/m2 i.v. in 5 min | dag 2, 4, 6 |
| Cytarabine | 100 mg/m2 i.v. continu | dag 2 t/m 6 |
| Etoposide | 100 mg/m2 i.v. in 1 uur | dag 2, 3, 4 |
Arm B
MICE-inductie-behandeling
| Mitoxantrone | 7 mg/m2 i.v. in 30 min | dag 1, 3, 5 |
| Cytarabine | 100 mg/m2 i.v. continu | dag 1 t/m 7 |
| Etoposide | 100 mg/m2 i.v. in 1 uur | dag 1, 2, 3 |
Mini-ICE consolidatie behandeling
| Idarubicine | 8 mg/m2 i.v. in 5 min | dag 1, 3, 5 |
| Cytarabine | 100 mg/m2 i.v. continu | dag 1 t/m 5 |
| Etoposide | 100 mg/m2 i.v. in 1 uur | dag 1, 2, 3 |
Zie HOVON-43 op de HOVON-site.
Inductie cyclus I
| Daunorubicine | 45 mg/m2 i.v. in 3 uur | dag 1, 2, 3 |
| Cytarabine | 200 mg/m2 cont. inf | dag 1 t/m 7 |
| of | ||
| Daunorubicine | 90 mg/m2 i.v. in 6 uur | dag 1, 2, 3 |
| Cytarabine | 200 mg/m2 cont. inf | dag 1 t/m 7 |
Inductie cyclus II
| Cytarabine | 1000 mg/m2 i.v. in 6 u elke 12 u | dag 1 t/m 6 |
Indien in CR en een beschikbare donor: (optioneel) non-myeloablatieve allo-SCT.
Alle overige patiënten in CR gaan door met de tweede randomisatie:
Post inductie
| Gemtuzumab ozogamicin | 6 mg/m2 i.v. in 2 uur | elke 4 weken x 3 |
| of | ||
| geen behandeling |
Een gerandomiseerd onderzoek voor patiënten die ouder zijn dan 60 jaar en niet geschikt voor intensieve therapie of voor patiënten die ouder zijn dan 75 jaar.
NB. Na een korte fase II setting wordt gekozen tussen Arm A en Arm B inductie en wordt de trial in een fase III setting voortgezet.
LET OP! Nieuwe WHO-definitie van AML (> 20% blasten) is in dit protocol van toepassing
LET OP! Patiënten met aantal leukocyten ≥ 30 x 109/l: verplichte voorbehandeling met hydroxyureum (max 14 dagen) tot leukocyten < 30 x 109/l
Inductie
| Arm A: Gemtuzumab ozogamicin | 6 mg/m2 i.v. in 2 uur 3 mg/m2 i.v. in 2 uur | dag 1 dag 8 |
| of Arm B: Gemtuzumab ozogamicin | 3 mg/m2 i.v. in 2 uur | dag 1, 3, 5 |
| of Arm C: supportive care |
Indien geen sprake is van progressieve ziekte (zie criteria in protocol) doorgaan met:
Continueringsbehandeling (alleen voor arm A en B)
| Gemtuzumab ozogamicin | 2 mg/m2 i.v. in 2 uur | maandelijks x 8 |
Inductie behandeling
Consolidatie behandeling
Low en Intermediate risk patiënten
| dag 1 | Idarubicine | 5 mg/m2 | 1 dd | i.v. in 20 min | dag 1 t/m 4 |
| ATRA | 45 mg/m2 | in 2 doses | p.o. | dag 1 t/m 15 | |
| dag 32 | Mitoxantrone | 10 mg/m2 | 1 dd | i.v. in 30 min | dag 1 t/m 5 |
| ATRA | 45 mg/m2 | in 2 doses | p.o. | dag 1 t/m 15 | |
| dag 64 | Idarubicine | 12 mg/m2 | i.v. | in 20 min | dag 1 |
| ATRA | 45 mg/m2 | in 2 doses | p.o. | dag 1 t/m 15 |
High risk patiënten
| dag 1 | ATRA | 45 mg/m2 | p.o. | dag 1 t/m 15 | |
| Idarubicine | 5 mg/m2 | 1 dd | i.v. in 20 min. | 1 t/m 4 | |
| Cytarabine | 1000 mg/m2 | 1 dd | i.v. in 6 uur | 1 t/m 4 | |
| dag 32 | ATRA | 45 mg/m2 | p.o. | dag 1 t/m 15 | |
| Mitoxantrone | 10 mg/m2 | 1 dd | i.v. | 1 t/m 5 | |
| Etoposide | 100 mg/m2 | 1 dd | i.v. | 1 t/m 5 | |
| dag 64 | ATRA | 45 mg/m2 | p.o. | dag 1 t/m 15 | |
| Idarubicine | 12 mg/m2 | 1 dd | i.v. | dag 1 | |
| Cytarabine | 150 mg/m2 | 3 dd | s.c. | 1 t/m 5 | |
| 6-TG | 70 mg/m2 | 3 dd | p.o. | 1 t/m 5 |
+ CZS-profylaxe (MTX, methylprednisolon): zie protocol.
Behandeling CZS-lokalisatie: zie protocol.
Vervolgbehandeling
Afhankelijk van RT-PCR op PML-RARα als marker voor minimal residual disease en recidief.
LET OP! Regelmatige beenmerg MRD-controle noodzakelijk (zie protocol).
LET OP! Nieuwe gerandomiseerde trial in voorbereiding.
Voor onbehandelde patiënten (16-70 jaar) met secundaire AML/high risk MDS: behandeling volgens standaardarm AML-12 of HOVON-42.
Bij eerste teken van recidief toediening van CTL's of donor buffycoat cellen (LUMC 97-03, 97-01, 98-01).
HOVON-66 (ARGO)
Remissie-inductie behandeling
| Cytarabine | 1000 mg/m2/12 uurs | 1 uur infuus | dag 1 t/m 6 |
| Gemtuzumab Ozogamicin | 5 mg/m2 | 2 uurs infuus | dag 1 |
Alternatief voor patiënten die niet in HOVON-66 kunnen worden behandeld:
| Cytarabine | 1 g/m2/2 uurs | 2 dd | dag 1 t/m 6 |
| Amsacrine | 120 mg/m2 | 1 dd | dag 5 t/m 7 |
Consolidatie behandeling (voor alle patiënten)
| Mitoxantrone | 10 mg/m2 | 1 dd | dag 1 t/m 5 |
| Etoposide | 100 mg/m2 | 1 dd | dag 1 t/m 5 |
In geval van complete remissie wordt bereikt: na consolidatiebehandeling: SCT.
| Hydroxyureum | 500 - 3000 mg/dag | p.o. (over de dag verdelen) |
| 6-Mercaptopurine | 50 - 300 mg/dag | p.o. |
| eventueel tijdelijk prednison toevoegen tot 1 mg/kg | ||
VERWANTE PAGINA'S:
- Acute leukemie algemeen
- Immunologische classificatie van acute leukemieën
- Acute lymfatische leukemie en lymfoblastair non-Hodgkin lymfoom
LINKS IN DEZE PAGINA:
-
Acute leukemie algemeen
-
HOVON-42
-
HOVON-43
© LUMC | Disclaimer